Ginger 2018: nieuwe resultaten in een nieuwe look

Ginger bestaat inmiddels bijna een kwarteeuw. In die tijd heeft het registratieprogramma niet alleen zijn degelijkheid en deugdelijkheid aangetoond, maar is het ook geëvolueerd en verbeterd, conform wensen en normen die met de tijd veranderen. Het rapport leest vlotter in zijn nieuwe grafische vorm. Zeker de moeite om het eens door te bladeren. Bij deze alvast een overzicht van de voornaamste Gingerresultaten 2018.

Het preventielandschap kleurrijker in beeld gebracht

Nadat Ginger in 2009 online ging en in 2012 al een belangrijke upgrade kreeg, werd het stilaan tijd om het formaat van de jaarlijkse rapportage aan te passen. Tot nu was het Gingerrapport een lijvig document waarbij je een arendsoog en monnikengeduld nodig had om er in te vinden wat je zocht. Dat is voortaan verleden tijd. Het Gingerrapport 2018 is in een nieuw jasje gestoken. Het telt nog steeds 80 pagina’s maar het zijn pagina’s met duidelijke (info)grafieken en een korte tekstuele toelichting. Het duurt geen uren meer om het volledig te lezen en wie naar iets concreet op zoek is, zal het nu vlugger vinden. Tot zover de vorm, nu wat meer toelichting over de inhoud.

Setting gezondheid als motor van preventie

Onderwijs en gezondheid waren steeds de twee meest participerende settings in preventie. Dat is in 2018 niet anders. Toch kenden beide settings de laatste jaren uiteenlopende evoluties. Terwijl die setting tien jaar geleden nog op een participatiegraad rond de 30% uitkwam, is het aandeel van onderwijs licht gedaald naar één op de vier activiteiten. Dit, terwijl dat van gezondheid naar vier op de tien activiteiten steeg. De Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) en koepels (in de eerste plaats VAD) zijn de sterkst participerende actoren binnen de setting gezondheid.

De settings overheid en welzijn, alsook de algemene bevolking nemen aan ongeveer één op de vijf preventieactiviteiten deel. Voor de overheid is dat een daling, welzijn blijft stabiel en de algemene bevolking houdt zijn stijgend aandeel aan. Vrije tijd en cultuur kent de laatste jaren een groeiende mate van participatie en neemt nu aan één op de acht activiteiten deel. Politie en justitie, en arbeid situeren zich rond 5%.

Complementariteit van preventieactoren

Lokale preventiewerkers werken relatief vaker samen met de politie en met de overheid, wat niet verbaast gezien hun positie als (inter)gemeentelijke preventiewerker. Voorts zijn hun activiteiten sterk lokaal ingebed, wat zich o.a. uit in een sterkere samenwerking met het lokale verenigingsleven (bv. jeugdwerk) en de algemene bevolking. Lokale actoren leggen meer nadruk op overleg en vorming en besteden ook opvallend veel aandacht aan campagnes, vooral gericht naar jongeren. In vergelijking met de twee andere preventiewerkers komen alcohol en roken (nog) sterker aan bod in hun preventieactiviteiten.

Regionale preventiewerkers, die het gros van de Gingerregistratoren uitmaken, hebben een iets sterkere focus op de setting welzijn en op de algemene bevolking. Consult en advies en ook vroeginterventie komen bij hen duidelijk sterker op de voorgrond, in vergelijking met de twee andere groepen. Vroeginterventie is in de eerste plaats naar jongeren gericht. Alcohol en illegale drugs liggen in de balans als meest behandelde thema’s, telkens in bijna de helft van de activiteiten. Maar ook medicatie en ICT-verslavingen komen relatief vaak aan bod.

De Vlaamse preventiewerkers, voornamelijk VAD-medewerkers, werken nog sterker dan algemeen samen met de setting gezondheid, wat niet verbaast gezien de symbiose met het CGG-preventiewerk. Vorming en consult en advies komen relatief vaker aan bod bij deze registratorgroep. Dat er in hun activiteiten meestal geen specifiek middel als thema naar voor komt, heeft er mee te maken dat VAD in zijn activiteiten (overleg, vorming, materiaalontwikkeling, e.d.) vaak vanuit een breed-preventieve invalshoek werkt, zonder een duidelijke focus op een bepaald middel.

Wat leren de Gingerresultaten ons?

Allereerst tonen het continu stijgende aantal registrators en de algemene tevredenheid in de Gingerevaluatie de meerwaarde van Ginger aan voor het preventiewerkveld en voor het opmaken van het preventiebeeld in de Vlaamse Gemeenschap. Dat beeld kan vervolledigd worden met andere bronnen, zoals de indicatorenmeting om de implementatiegraad in de settings weer te geven, en bevolkingsonderzoek, uitgevoerd door een onafhankelijke onderzoeksinstelling, om na te gaan hoe de bevolking en daarin specifieke doelgroepen bereikt worden met preventie.

Een uitdeinend landschap van preventieactoren schept nieuwe uitdagingen. Zo is het belangrijk dat er samenwerkingsafspraken worden gemaakt, op basis van lokale en/of regionale noden. Een duidelijke rol- en taakafbakening is hierin essentieel. Om kwaliteitsvol aan preventie te kunnen doen, moeten de preventieactoren op de hoogte zijn van gangbare visies, methoden en materialen. Coaching, deskundigheidsbevordering en implementatie van een beleidsmatige preventieve aanpak zijn hierin de sleutels tot succes. Daarom moet het duidelijk zijn wie wie ondersteunt of coacht. Voorts is het essentieel om te kunnen reken op voldoende mankracht om in de verschillende settings met nieuwe methodieken en materialen aan de slag te gaan.

Johan Rosiers
Ginger / Uitgaansonderzoek / Studentenbevraging / Leerlingenbevraging